Moeten persoonlijke uitgaven op een bankafschrift leesbaar blijven om te kunnen beoordelen of betrokkene recht heeft op belastingkwijtschelding?
In deze zaak die aan ons is voorgelegd heeft de betrokkene kwijtschelding van de gemeentelijke belasting aangevraagd. Onderdeel van de aanvraag is het aanleveren van bankafschriften zodat de medewerker invorderingen de aanvraag kan beoordelen. De betrokkene heeft persoonlijke uitgaven op de bankafschrift zwart gelakt met het argument dat dit privé uitgaven zijn en stelt dat inzage in die privé uitgaven een schending van zijn privacy is.
De juridische grondslag voor gegevensverwerking
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) schrijft een aantal beginselen voor waaraan gehouden dient te worden wanneer persoonsgegevens worden verwerkt. Daarnaast moet elke verwerking een rechtmatigheidsgrondslag hebben, deze grondslagen zijn te vinden in artikel 6 van de AVG.
Naast de AVG zijn er sectorspecifieke bepalingen die opleggen hoe persoonsgegevens verwerkt moeten worden in bepaalde situaties. In het geval van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is de Leidraad Invordering 2008 van toepassing. Deze leidraad bevat regels over de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek en geeft daarnaast ook aan wanneer een kwijtscheldingsverzoek afgewezen dient te worden.
Waarom moeten de uitgaven zichtbaar blijven?
Wanneer de betrokkene kwijtschelding aanvraagt, moet worden vastgesteld of de betrokkene daadwerkelijk niet in staat is de belasting te betalen. Dit betekent dat de inkomsten en uitgavenpatroon beoordeeld moeten worden. Volgens artikel 26.1.9 van de Leidraad Invordering 2008 is de gemeente verplicht om te controleren of de uitgaven in verhouding staan tot de inkomsten.
Als bijvoorbeeld een bedrag van €600.- is afgeschreven is het van belang om vast te kunnen stellen of dit om de huur gaat (dus een noodzakelijke uitgave) of een niet-noodzakelijke uitgave waarmee de belasting voldaan had kunnen worden. In het laatste geval is de betrokkene verwijtbaar en kan het kwijtscheldingsverzoek worden afgewezen. Het is dus noodzakelijk om de inkomsten- en uitgavenpatroon duidelijk in beeld te hebben om te beoordelen of de betrokkene in aanmerking komt voor een kwijtschelding.
Is dit een schending van privacy?
Een veelgehoorde klacht is dat het inzien van persoonlijke uitgaven een inbreuk op de privacy vormt. Hoewel privacy een fundamenteel recht is, is het geen absoluut recht. Dit betekent dat privacybeperkingen toegestaan zijn wanneer ze een wettelijke basis hebben en een legitiem doel dienen. De beoordeling van de uitgavenpatroon valt binnen deze kaders, omdat het een directe invloed heeft op de beslissing om kwijtschelding toe te kennen.
Conclusie
Hoewel het begrijpelijk is dat mensen zich zorgen maken over hun privacy bij het indienen van een kwijtscheldingsverzoek, is de controle op inkomsten en uitgaven juridisch gerechtvaardigd. De beoordeling van de bankafschriften is noodzakelijk om te bepalen of de betrokkene daadwerkelijk niet in staat is de belastingen te betalen.